Actie tegen EU biometrie databank

De ministerraad in Brussel heeft haast met het voornemen om de EU lidstaten te verplichten om vingerafdrukken in paspoorten verplicht te stellen. In een brief van het generaal secretariaat van de Europese Raad (PDF) van afgelopen woensdag wordt er bij het parlement op aangedrongen, al in de plenaire zitting van 1 en 2 december zijn goedkeuring aan het omstreden voorstel over de biometrische identiteitsdocumenten te geven. Bijgevoegd was het jongste voorstel dd. 23 november 2004 (PDF). Burgerrechtorganisaties waarschuwen voor een overhaaste beslissing over een verregaande maatregel. De officiële reden die de Europese Raad geeft waarom de parlementsleden in een spoedprocedure zouden moeten stemmen is de haast die geboden is met het Anti Terrorisme Actieplan. In het pakket maatregelen dat de Raad in de nasleep van de aanslagen in Madrid aankondigde wordt goedkeuring voor de biometrieclausule nog voor het eind van dit jaar verlangd. Het eerste voorstel over biometrie kreeg het parlement al in februari zegt de raad dus zou er spoedig een beslissing door het parlement genomen kunnen worden. Het definitieve voorstel over biometrie, tengevolge waarvan naast en gezichtsscan ook in vingerafdruk in het paspoort moet, hebben de ministers van justitie en binnenlandse zaken pas in oktober vastgesteld. Achter de schermen in Brussel hoort men bovendien de oude bewering dat de VS druk uitoefent en dat de nieuwe standaard voor paspoorten van de Internationale Luchtvaartorganisatie ICAO.

Voor Tony Bunyan van de Britse organisatie Statewatch, die de nieuwste raadspapieren gepubliceerd heeft, is dat een slechte excuus. De internationale eisen hebben alleen betrekking op gezichtsherkenning en niet op het nemen van vingerafdrukken. Naar de mening van Tony Bunyan zijn digitale foto’s voldoende voor Gezichtsherkenning daarvoor is biometrie niet nodig. De burgerrechtenactivist waarschuwt daarom voor een al te snelle afhandeling als het Europese parlement zou zwichten voor de druk van de ministerraad om snel tot stemming over te gaan en niet de vraag wordt gesteld of er een legitieme wettelijke basis is voor de nieuwe paspoorteisen, het parlement zou dan vandaag en door toekomstige generaties als verantwoordelijke worden gezien. Ook Andreas Dietl van “European Digital Rights”-Initiative (EDRi) stelt dat een serieus maatschappelijk debat over de gevolgen van biometrie nog moet worden gevoerd. Het parlement moet hier zijn democratische functie vervullen. Dat de parlementsleden zich ondanks de oppositie tegen biometrie toch met de spoedprocedure inlaten, is naar het het oordeel van Dietl niet realistisch. Zoals ook de kwestie over passagiergegevens heeft laten zien, wordt er bij dit soort vraagstukken ook hoofdzakelijk machtspelletjes tussen de ministerraad en het parlement uitgevochten.

In principe hebben Europarlementsleden in de zg. derde zuil tot nu toe alleen het recht om advies te geven, ze mogen dus niet daadwerkelijk meepraten (en beslissen). Desondanks worden voornemens van de Raad op normale wijze door het parlement behandeld wat normalerwijze er toe leidt dat er ook voorstellen worden gedaan om die voornemens op bepaalde onderdelen te wijzigen. De Raad hoeft daar echter geen notitie van te nemen (en doet dat in dit geval ook niet, noot vertaler).

Over het geheel is de Raad van Europese ministers zeer tevreden met het realiseren van het Actieplan voor Terrorismebestrijding ondanks de te verwachten nieuwe onenigheid met het parlement. In een rapport over de voortschrijding van het Actieplan, dat eveneens door Statewatch openbaar werd gemaakt (PDF), wijzen de ministers in detail op de snelle realisatie van de besloten strategie, zoals de betere uitwisseling van gegevens tussen opsporende instanties, het inrichten van gemeenschappelijke databanken, het bevriezen van financiële tegoeden van mogelijke terroristen en de versterkte bewaking van de Europese buitengrenzen. In het algemeen staat de strijd tegen het terrorisme als politiek doel hoog op de agenda van de lidstaten en is ook een speerpunt in externe betrekkingen zo wordt vermeld.

Het commentaar van Dietl; “We zijn blijkbaar op een punt aangekomen waarop aan het verlanglijstje van geheime inlichtingendiensten en opsporingsinstanties voor het grootste deel wordt voldaan.”

Bron: Edri.org 04-12-2004